Chinchilla Informatie



Chinchilla's zijn kleine, schattige huisdieren, die overdag slapen. Mocht u overwegen om een chinchilla als huisdier te houden, dan kan deze informatie u helpen om uit te zoeken of dit huisdier bij u zal passen. De tekst is afkomstig uit het Informatiestencil Chinchilla dat door de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren in 1998 is opgesteld.


Foto chinchilla 1. ALGEMEEN
De Chinchilla behoort tot de orde van de Rodentia (knaagdieren) wiens natuurlijke leefomgeving het Andesgebergte in Zuid-Amerika is. Hun biotoop is gekenmerkt door rotsachtige hellingen met veel spleten en holen waar zij zich overdag schuilhouden.
De op deze hoogte aanwezige flora bestaat hoofdzakelijk uit dorre grassen en struikachtige heide. De bodem daar is bedekt met vulkanische as waarin de dieren hun stofbad nemen. Als aanpassing aan de sterk wisselende dag- en nachttemperaturen en de lage luchtvochtigheid, heeft de chinchilla een dichte isolerende vacht. Omwille van deze vacht zijn ze al voor de ontdekking van Amerika bejaagd door de autochtone bevolking. Na de komst van de Spanjaarden raakte het bont ook in Europa bekend en hiermee begon de ondergang van de chinchilla.
In 1918 slaagde de Amerikaan M. Chapman er voor het eerst in 11 dieren te vangen uit de zo goed als uitgeroeide wildpopulatie.Met deze 11 dieren startte hij een bontfokkerij. Pas enige tijd later werd de chinchilla ook een geliefd huisdier. In Nederland worden op enkele tientallen bedrijven chinchilla's bedrijfsmatig gehouden voor de pelsproductie en de verkoop aan liefhebbers en dierenwinkels. De chinchilla mag echter vanaf 1998 niet meer voor de pelsproductie worden gehouden. Bestaande bedrijven mogen niet verder uitbreiden en over 10 jaar moeten deze worden gesloten.
Hun naam danken chinchilla's waarschijnlijk aan hun relatie met de indianen. De Spanjaarden noemden hen naar een indianenstam, de Chincha's.

Er zijn 2 soorten bekend: de kortstaart chinchilla en de langstaart chinchilla. Vooral de langstaart chinchilla's worden in gevangenschap gehouden.
De chinchilla is circa 25 cm groot en weegt tussen de 500 en 700 gram. Ze hebben nauwelijks behaarde oren van ongeveer 5 cm lang, vrij grote ogen, flinke snorharen en een ruige pluimstaart. Ze hebben geeloranje tanden, die bij jonge dieren nog wit zijn. De tanden en kiezen groeien levenslang door, omdat ze een open wortelkanaal hebben.
Chinchilla's bezitten in verhouden tot hun lichaam korte voorpoten en lange, sterke achterpoten. Het zijn dieren die in de schemer en nacht actief zijn.
De dichte, fijne vacht (het enige zoogdier waarbij meerdere haren uit 1 haarwortel komen; zo'n 40-120 haren per haarwortel!!) beschut hen tegen de kou, maar is niet waterafstotend. De dieren hebben namelijk geen zweet- en talgklieren.
Het maagdarmkanaal is zeer lang, waardoor ze het droge, vezelige voedsel goed kunnen verteren.

GEZELSCHAP
Chinchilla's zijn dieren die van nature in groepen leven van soms wel 100 dieren. Zo'n groep bestaat uit een mannetje met enige vrouwtjes en hun jongen. De dieren kunnen goed als paartje gehouden worden, waarbij het mannetje gecastreerd kan worden. Ook is het mogelijk 2 vrouwtjes te houden, echter als men 2 chinchilla's bij elkaar wil zetten, dient men er rekening mee te houden dat het een lange tijd kan duren, voordat de dieren elkaar accepteren. Het beste kan men dan ook een jong dier bij een al volwassen dier plaatsen.
Mocht een chinchilla alleen in een kooi zitten, dan moet de mens het noodzakelijke sociale contact geven om stress en wegkwijnen te voorkomen.

HUISVESTINGFoto chinchilla
Omdat chinchilla's zulke levendige dieren zijn, moet de kooi niet kleiner zijn dan 100x50 cm, en 1 tot 1,5e meter hoog. Men plaatst de kooi in een rustige omgeving waar niet doorlopend mensen of andere huisdieren heen en weer lopen, ramen of deuren geregeld open gaan, of op andere manieren de rust wordt verstoord.
Chinchilla's worden in de regel binnen gehuisvest waarbij de ideale temperatuur ongeveer 15 tot 20 graden Celsius is. Een buitenaccommodatie is echter ook mogelijk tot minimaal een temperatuur van -2 of -3 graden Celsius. De ruimte moet droog, tochtvrij en voldoende licht zijn. Direct zonlicht moet worden vermeden.
Voor de dieren is het prettig als de kooi op ooghoogte staat. Op de grond zal een chinchilla zich niet veilig voelen, omdat van nature het gevaar dikwijls van boven komt (roofvogels).
Voor het zelf maken van een kooi of hok kunnen de achter- en zijwanden, de bodem en het dak bijvoorbeeld van een geplastificeerd spaanplaat van 18 mm dik gemaakt worden; geheel geschroefd en gelijmd voldoet dit goed. Het front van de kooi kan het beste gemaakt worden van vierkant metalen buis, waarin een tweetal deuren geheel bespannen kunnen worden met bijvoorbeeld netgaas. De deuren moeten een minimaal formaat van 30x25 cm hebben om de kooi goed schoon te kunnen maken en de dieren in de kooi te zetten of eruit te halen.
Een goed alternatief is een binnenvolière. In het onderkomen moet een slaaphok aanwezig zijn waarin het dier zich kan terugtrekken. Daarnaast moeten één of meerdere zitplankjes tegen de wand bevestigd worden. Plaats deze niet te hoog of te ver van elkaar af. Om de chinchilla's de mogelijkheid te geven te klimmen worden klimtakken aangebracht. Deze takken moeten van een harde houtsoort zijn, zodat ze tegelijk de tandafslijting bevorderen als de dieren eraan knagen. Voor dit doel kan tevens een stuk gasbeton in de kooi gelegd worden.
Als bodembedekking van de kooi kunnen het beste houtkrullen of zand gebruikt worden. Zaagsel is minder geschikt, omdat het lastiger schoon te houden is, het meer stuift en het verstopping kan veroorzaken. Dagelijks wordt het grootste vuil en de natte krullen op de urineplaats verwijderd. Één tot tweemaal per week wordt de hele kooi verschoond.
In de kooi kan een stevige voerbak gezet worden, eventueel een hooiruifje, een plek voor een bak om een zandbad in te kunnen nemen, en men kan een flesje met een glazen nippel ophangen. In plaats van een flesje kan ook een drinkbak neergezet worden; om omver gooien te voorkomen, kan het onder een tafeltje gezet worden. Een zandbad is essentieel voor de chinchilla!! Dit speciale zand is in een dierenspeciaalzaak te verkrijgen.

VOEDING
Chinchilla's kunnen het beste gevoerd worden met speciale chinchillakorrels. Deze korrels bevatten alle noodzakelijke voedingsstoffen. Gemengd voer voor andere knaagdieren of konijnen is ongeschikt.
Naast het hardvoer wordt dagelijks een handje droog hooi gegeven om de spijsvertering te bevorderen. Het beste kan men de dieren voeren als ze actief worden, dus in de late middag- of vroege avonduren.
Het drinkwater kan het beste in een flesje met glazen of roestvrijstalen drinknippel gegeven worden. Grote hoeveelheden vers groenvoer moeten vermeden worden, omdat deze tot ernstige darmstoornissen kunnen leiden. Enkele grassprietjes of een blaadje andijvie als vers groenvoer kan geen kwaad. Tarwearen worden ook zeer gewaardeerd. Af en toe een lekkernij, zoals een stukje oud wit brood, enkele rozijntjes, een stukje appel of een ongebrande pinda kan prima, maar nooit meer dan 1 of 2 van deze traktaties per dag.
Evenals het konijn en de cavia eet de chinchilla delen van zijn ontlasting op (vitaminen)! Pas op voor wisselingen van voer; hier kan een chinchilla niet tegen!

chinchilla fotoVOORTPLANTING
Voor het bepalen van het geslacht kan het beste worden afgegaan op de afstand tussen de penis/clitoris en de anus. Deze is bij het mannetje dubbel zo groot als bij het vrouwtje. Het blijft echter moeilijk voor een lekenoog, zeker als er geen "vergelijkingsmateriaal" is.
Het mannetje is op een leeftijd van 6 maanden geslachtsrijp. Het vrouwtje is vanaf een leeftijd van 5 tot 6 maanden geslachtsrijp. Chinchilla's mogen echter pas op een leeftijd van 7 tot 9 maanden gedekt worden, het moment dat ze volgroeid zijn. Alvorens een het tot een geslaagde dekking komt, gaat er meestal een lange verkeringstijd aan vooraf.
De cyclus treedt om de 28 tot 35 dagen op en de bronst duurt 3 tot 4 dagen. De dracht duurt meestal 111 tot 128 dagen. De worp bestaat uit 1 tot 4 jongen.
De jongen worden geboren met vacht, oren en ogen open (nestvlieders) en zogen ongeveer 6 weken bij de moeder, maar eten na ongeveer een week al wat hooi en korrels. De jongen kunnen met 10 weken bij de moeder weg.
Mannelijke chinchilla's kunnen gecastreerd worden als ze volgroeid zijn.

GEDRAG
Als chinchilla's hun eigen ritme volgen zijn ze later in de avond en 's nachts het meest actief. Activiteit wisselen ze af met korte rustperioden/slaapjes.
Ze zijn nieuwsgierig en tegelijkertijd schichtig; ze schrikken snel van onverwachte geluiden en bewegingen. Een jonge chinchilla is met veel rust en geduld redelijk tam te krijgen en is kriebelen op hun kopje mogelijk, maar in principe zijn het dieren die hun eigen gang gaan en geen knuffels zijn. Om deze redenen zijn ze als huisdier dan ook minder geschikt voor kleine kinderen.
Chinchilla's vinden het heerlijk om bezig te zijn. Zo kan de kooi aangekleed worden met buizen met een grote doorsnee, rieten mandjes om kapot te knagen of papieren zakjes half door de tralies te stoppen, zodat ze die er zelf tussenuit moeten trekken.
Chinchilla's zijn in staat geluid te maken:

VERZORGING
De chinchilla heeft een aantal natuurlijke vijanden, in het bijzonder roofvogels. Een belangrijk ontsnappingsmechanisme van de chinchilla is zijn bijzonder pels. Als een dier plotseling wordt gegrepen, laat het grote delen van zijn vacht los. Deze bijzonderheid betekent dat een chinchilla altijd op een rustige manier benaderd moet worden door hem bijvoorbeeld eerst aan een hand te laten ruiken en pas daarna op te pakken. Drijfjachten door een kooi moeten altijd worden vermeden; een in het nauw gedreven chinchilla raakt in de stress, hetgeen onder meer kan blijken uit urine sproeien en bijten. Als een chinchilla opgepakt moet worden, kan ook een schepnetje gebruikt worden.
Pak een chinchilla nooit aan de staart beet, maar pak de staartwortel tussen duim en wijsvinger beet. Vervolgens kan met de andere hand rond de borstkas en voorpoten het lichaam ondersteund worden.
Geef chinchilla's elke dag een zandbad, zodat ze hun vacht luchtig en vetvrij kunnen houden. Tevens worden er parasieten mee verwijderd. Dit speciale zand is in iedere dierenwinkel verkrijgbaar en is meerdere malen te gebruiken door het regelmatig te zeven.
Was de handen goed na ieder contact met de chinchilla of zijn omgeving.

GEZONDHEID, ZIEKTEN & KWALEN
Zoals bij konijnen en knaagdieren kan de gezondheid van de chinchilla afgemeten worden aan zijn eetlust, activiteit en uiterlijk. De gezonde chinchilla heeft een glanzende vacht, is actief en eet en drinkt goed. Zodra in 1 van deze aspecten verandering optreedt, is het zaak een dierenarts te raadplegen.

Huid- en vachtproblemen:
Huidschimmels, schurftmijt of andere parasieten kunnen o.a. kale plekken veroorzaken. Raadpleeg een dierenarts; behandeling is mogelijk.
Doorgegroeide tanden en nagels:
Door genoeg voor knaagmateriaal en beweging te zorgen slijten de altijd doorgroeiende tanden en nagels natuurlijk af. Bij te lang geworden tanden en nagels moet er geknipt worden.
Verstopping & diarree:
Een veelvoorkomende kwaal en meestal een gevolg van verkeerde of veranderingen in het voer. Bij aanhoudende diarree een dierenarts raadplegen.
Oor- en oogproblemen:
Controleer regelmatig de oren op mijt. Soms kan een chinchilla natte ogen hebben, omdat er een vuiltje in gekomen is.
Verkoudheid & longontsteking:
Bij aanhoudende natte ogen, verkoudheid en koortsigheid schuilt het gevaar van een longontsteking. Zorg in ieder geval dat de chinchilla tocht- en vochtvrij staat en raadpleeg een dierenarts.
Vachtbijten & gedragsproblemen:
Van vachtbijten is onduidelijk of dit een kwestie van verkeerde voeding, stress of erfelijkheid is. Vaak is het moeilijk af te leren. Bij andere gedragsstoornissen, zoals het regelmatig heen en weer hollen op 1 plek, is het verstandig een kooigenoot te zoeken of de gewoonten te doorbreken door bijvoorbeeld de kooi-inrichting te veranderen.

LEEFTIJD
Een chinchilla wordt in gevangenschap 10 tot 12 jaar oud.


OPVANG VAN CHINCHILLA'S

BENODIGDHEDEN
- voor 1 of 2 chinchilla's een binnenkooi van 100x50 cm en liefst 100 cm hoog
- oude kranten, zaagsel en hooi
- bloempotjes, doosjes etc.
- stenen etensbakje, waterflesje
- chinchillavoer
- fruit, groente en andere versnaperingen
- chinchilla badzand, een kom en een zeef
- ontsmettingsmiddel (Halamid, Dettol etc)

EERSTE CHECK
Bij een op te vangen dier zit helaas nooit een kaartje met de levensgeschiedenis van het dier. Er is niet bekend hoe lang het dier al op straat geleefd heeft. De leeftijd is vaak niet in te schatten, de voedingsgewoonte en eventuele ziektes zijn niet bekend en het karakter laat zich raden. Om deze redenen is het van groot belang deze dieren aan een eerste check te onderwerpen, ook al zien ze er op het eerste oog goed uit. Verder blijft het gedurende de hele opvangperiode van groot belang het dier regelmatig te controleren. Het is immers erg vervelend als onopgemerkte zaken bij een nieuwe eigenaar aan het licht komen!

Kijk naar de algehele conditie van de chinchilla
  • Controleer de vacht op wondjes, schurft, kale plekken etc.
  • Probeer de leeftijd in te schatten (jong, volwassen, oud)
  • Geslachtsbepaling: Mannetjes zijn o.h.a. iets kleiner dan vrouwtjes. Door zacht rondom de penisopening te drukken, komt de penis te voorschijn. De penis zit ongeveer 1,5 cm vanaf de anus. Bij vrouwtjes zit vlak tegen de anus een dwars gesloten huidplooitje dat alleen geopend is in de perioden dat ze paringsbereid is.
  • Controleer ogen, oren, nagels en anaalstreek
  • Controleer het gebit
Observeer het gedrag van de chinchilla
  • Eet en drinkt de chinchilla?
  • Poept en plast de chinchilla? (ontlasting; droog en enigszins langwerpig)
  • Is de chinchilla actief?
Observeer het karakter van de chinchilla
  • Schuw of tam
  • Aaibaarheid

HUISVESTING
Zorg dat er altijd een schoon hok voorhanden is en dat etensbakjes en drinkflesjes goed schoon zijn. Zet een nieuw op te vangen chinchilla nooit in een hok waar al een ander dier ingezeten heeft, zonder het te hebben schoon gemaakt of ontsmet. Zet nooit 2 dieren bij elkaar in 1 hok (dit geldt voor zowel 2 nieuwe dieren als 1 nieuw dier bij een reeds aanwezig dier). Is er sprake van besmettelijke ziekten of kwalen (bijvoorbeeld verkoudheid of schurft), zet het dier dan in een ruimte waar geen andere chinchilla's, knaagdieren of konijnen zijn. Een zandbad is essentieel voor chinchilla's!

VOEDING
Bij alle knaagdieren is het erg belangrijk dat ze eten.
Begin bij een chinchilla met het aanbieden van hooi en chinchillavoer. Geef in een later stadium groente, fruit of andere versnaperingen, nadat eerst de ontlasting gecontroleerd is.
Geef in eerste instantie water in een flesje en een bakje. Sommige dieren kennen geen drinkfles of zijn zo in shock, gestresst of verzwakt, dat ze in de kooi niet op onderzoek uitgaan. Als het dier de indruk wekt de omgeving te hebben verkend enigszins op zijn gemak is, besluit dan of het flesje of het waterbakje moet blijven.
Bij een zeer verzwakt dier kan ook Nutrilon-soja, Dioralyte of een ander soort dextrosemiddel gegeven worden, om het dier even op te peppen en van vocht te voorzien.
Zet ook een kom met chinchilla badzand in de kooi, zodat de chinchilla zijn vacht kan verzorgen.

DIERENARTS
Redenen om snel in actie te komen:
- Schurftmijt of ander huidproblemen
- Verse wonden
- Ontstoken ogen, natte ogen
- Oormijt
- Niet eten of drinken na een dag opvang
- Te lange tanden
- Aanhoudende diarree
- Abcessen of ontstekingen

CASTRATIE
Als de chinchilla een mannetje is en er is geen ander mannetje in de opvang, of een plaatsingsadres dat geïnteresseerd is in een mannetje bij een eigen mannetje, dan wordt de chinchilla alleen in goede conditie gecastreerd, zodat hij sneller plaatsbaar is. Geef de avond voor en na de castratie niet te veel voer.
Chinchilla's hebben weinig last van deze kleine ingreep. De eerste 2 dagen zijn ze nog een beetje suf en hebben ze waterige ogen, daarna is er niets meer aan te merken. Houd de wond tot 2 weken na de castratie in de gaten: controleer op ontstekingen etc.
Na de castratie wordt er minimaal 3 weken gewacht alvorens de chinchilla bij een vrouwtje te plaatsen; sperma blijft nog lange tijd vruchtbaar en zo heeft de wond tijd om te herstellen.

ZWANGERSCHAP
Als de chinchilla een vrouwtje is, dan moet er rekening worden gehouden met een eventuele zwangerschap. Aan de buitenkant is dat zeker in het begin moeilijk te zien. Aan het eind van de zwangerschap kan ze er wat dikker uitzien. Soms kan het op de zij liggen van de chinchilla er op duiden dat zij zwanger is. Bescherm de chinchilla in ieder geval tegen stress.
Bij het vermoeden van een zwangerschap kan een nestdoosje het best op de grond in het hok/de kooi gezet worden, zodat de jongen niet naar beneden kunnen vallen.
De jongen worden als nestvlieders geboren; ze hebben al een vacht, de ogen zijn open, de oren overeind en ze hebben volgroeide tanden.
Controleer het nest vlak na de geboorte op doodgeborenen en laat het nest zeker de eerste dagen met rust.
Een chinchilla weegt bij geboorte ongeveer 45 gram, na 9 weken 240 gram. De moeder zoogt de jongen 4-6 weken. Zorg tijdens deze zoogperiode dat er voor de moeder altijd voldoende hardvoer en water aanwezig is, en dat het hok/nest op een rustige plek staat.
Na 1 tot 1,5e week kunnen de jongen al behoorlijk klimmen. Na 4 tot 5 weken beginnen de jongen zich te interesseren voor het zandbad en het hardvoer. Met 8 weken kunnen de jongen bij de moeder vandaan gehaald worden.
Mocht de moeder tijdens of vlak na de bevalling overlijden, dan kan getracht worden de jongen met de hand groot te brengen. Gebruik hiervoor melk voor moederloze kittens (KMR) of geitenmelk, beiden vermengd met water.

(VER)PLAATSEN
Mocht een chinchilla binnen de opvang verplaatst of uiteindelijk geplaatst worden, dan is het belangrijk bijzonderheden in het gedrag en gezondheid te vermelden, evenals informatie over de (op dat moment gehanteerde) manier van voeren. Eventueel wordt een beetje voer, waar het dier op dat moment aan gewend is, meegegeven zodat het volgende adres, dat waarschijnlijk ander voer gebruikt, dit langzaam kan terug mengen.

ONTSMETTEN
Mocht een chinchilla een besmettelijke ziekte krijgen of overlijden gedurende de opvang, is het noodzakelijk het hok goed te ontsmetten, alvorens er een nieuw dier in te huisvesten.


BIJ ELKAAR ZETTEN VAN CHINCHILLA'S: MOGELIJKE COMBINATIES
Chinchilla's zijn sociale dieren bij uitstek. Het zijn echte koloniedieren. Een chinchilla alleen houden is niet verantwoord; het dier zal verpieteren van eenzaamheid.

MOGELIJKE COMBINATIES
Voor het bij elkaar zetten van dieren gaat de Dierenbescherming ervan uit dat er geen jongen geboren worden, daar zij in principe tegen fokken is.
Rekening houdend met de aard van chinchilla's en de mogelijkheid mannelijke chinchilla's te castreren, kunnen de volgende combinaties gemaakt worden:
- Twee of meer vrouwtjes
- Twee of meer (gecastreerde) mannetjes
- Een gecastreerd mannetje en een vrouwtje
- Een gecastreerd mannetje en meerdere vrouwtjes
- Meerdere gecastreerde mannetjes en meerdere vrouwtjes

BASISVOORWAARDEN
Zorg voor een ruime behuizing (voor 2 chinchilla's minimaal 100x50x100/150 cm) met daarin de mogelijkheid dat de dieren elkaar kunnen ontwijken.
Een gecastreerd mannetje kan pas 3 weken na de castratie bij een vrouwtje gezet worden, omdat het sperma nog lang vruchtbaar is en zo ook de operatiewond goed heeft kunnen genezen.
Als een mannelijk jong binnen een groep geboren wordt, is het zaak hem vanaf 7 maanden uit de groep te halen, want daarna zullen er gevechten uitbreken tussen broers en vader. Dit probleem is echter geheel over als de vader en zoon(s) gezamenlijk in een andere kooi gezet worden.
Zowel voor het bij elkaar zetten van 2 mannetjes als 2 vrouwtjes geldt dat de dieren elkaar meestal zonder slag of stoot accepteren, als zij nog niet geslachtsrijp zijn. Voor het bij elkaar zetten van 2 nieuwe volwassen dieren moet rekening gehouden worden met een lange gewenningsperiode waarbij de kans op mislukken aanwezig is. Een volwassen dier accepteert in de meeste gevallen wel een jong dier.

Laat tijdens het koppelen de chinchilla ieder in hun eigen kooi en zet ze naast elkaar, zodat ze elkaar kunnen zien en ruiken. Zet na een aantal dagen 1 van de 2 chinchilla's in een kleine kooi in de grotere kooi. De volgende dag kan het deurtje van de kleine kooi worden open gezet. Het kleine kooitje kan echter nog niet verwijderd worden, want dit kan dienen als een toevluchtsoord. Het beste kan dit 's ochtends gebeuren als de dieren normaal slapen, en dus eigenlijk te sloom zijn voor een vechtpartij.
Bij het vormen van een groep met 1 mannetje en meerdere vrouwtjes is het verstandig eerst de vrouwtjes aan elkaar te laten wennen en dan pas in het territorium van het mannetje te zetten.
Zet nooit 1 vrouwtje bij 2 mannetjes!! Ook al zijn de mannetjes gecastreerd, ze zullen met elkaar op de vuist gaan tot de dood erop volgt. Zelfs nadat het vrouwtje verwijderd is, zal de verstandhouding behoorlijk verstoord zijn, waarbij het risico vrij groot is, dat ze elkaar niet meer accepteren.

GEWENNING
De eerste kennismaking tussen 2 volwassen dieren kan variëren van een enthousiaste begroeting tot een hevige vechtpartij. Het vechten kan variëren van pesten tot een ware veldslag. In alle gevallen moet degene die aanvalt gestraft worden door hem/haar in het kleine kooitje te plaatsen (deurtje dicht!). De volgende dag ('s morgens) mag hij/zij er pas weer uit. Meestal is de ruziezoeker dan zover gekalmeerd dat het ergste vechten over is. De kans is groot dat het tegen de avond weer begint. De boosdoener gaat die nacht weer in het kleine kooitje en de volgende ochtend er weer uit. Uiteindelijk kan dit soms meer dan een week duren. Vertrouw het pas wanneer de chinchilla's tegen elkaar aangedrukt zitten.

Als bij een stelletje 1 van de 2 chinchilla's overlijdt, kan de overgeblevene in een behoorlijke dip geraken. Let goed op of het dier blijft eten en ga op zoek naar een nieuwe partner!!