
1. Geschiedenis
De bekendste muis is de gewone huismuis en de witte muis uit de laboratoria die als huisdier gehouden wordt. Deze witte muis en zijn latere vele variaties worden kleurmuizen genoemd. Oorspronkelijk leefde de huismuis op de steppen en in de halfwoestijnen van het Middellandse Zeegebied, Middenoosten en Zuidoost-Azië. Al lang voor de jaartelling leefde de muis steeds meer in de buurt van de mens en is er geen enkele plek meer op de wereld waar geen muizen zijn dankzij hun enorme aanpassingsgewoonte. De laatste jaren worden er in Europa veel bijzondere en exotische muizen als huisdier gehouden.
2. Uiterlijke kenmerken
Muizen zijn knaagdieren en zijn de meest vruchtbare zoogdierenfamilie. Er zijn meer dan 370 soorten en 1500 ondersoorten muisachtigen. Het verschil tussen muizen en ratten zit alleen in het verschil in grootte. Muis- of ratachtigen die kleiner zijn dan 13-15 cm worden muizen genoemd en alles wat groter is worden ratten genoemd. Kleurmuizen zijn eigenlijk huismuizen, maar in vele jaren van gevangenschap zijn ze zo veranderd dat het eigenlijk een ander dier is geworden. Zo zijn er niet alleen verschillen in haarstructuren ontstaan, maar ook in tekening en kleuren. De vacht ligt vlak tegen het lichaam aan, is dicht ingeplant en heeft en mooie glans. Mannelijke muizen zijn niet alleen wat groter en liever dan de vrouwelijke muizen, ze ruiken ook een beetje meer. Muizen hebben over het algemeen een slank en gespierd lichaam. Het kopje mag niet te spits zijn en de oren staan ver uit elkaar, ze zijn rond en groot. De kop en het lichaam lopend vloeiend in elkaar over. De staart is even lang als het lichaam, is dik aan de basis en loopt uit in een punt. Volwassen muizen wegen 40-60 gram. Muizen worden normaal gesproken ongeveer 2 jaar oud.
3. Huisvesting
Muizen vragen een eenvoudige huisvesting. Voor twee muizen voldoet een aquarium met ontsnappingsvrije deksel van minimaal 70x40 cm het best. Toch en vocht moet worden vermeden evenals de felle zon. De temperatuur kan snel hoog oplopen. Muizen gebruiken veel vocht. Gebruik als bodembedekking een laag zaagsel van zo’n 5 tot 7 cm waarin ze ook lekker kunnen graven en woelen. Het zaagsel moet aangevuld worden met hooi en/of stro. Een bloempot wordt als schuil- en slaapplaats zeer gewaardeerd. Een muizenhok kan ingericht worden met een toiletrol, kleine kartonnen doosjes, een stukje touw, een boomstammetjes of een rotsblokje zodat de muizen zich niet hoeven te vervelen. Uiteraard kan het etensbakje in de bak gezet worden en kan het drinkflesje opgehangen worden.
Maak het hok en de bijbehorende spullen regelmatig grondig schoon.
Bewaar altijd wat oud zaagsel en hooi! Hieraan zit de geur van de muis (voor ons soms niet eens waar te nemen). Als je dit erin terug doet en verspreid over de hele bak, dan zal de muis minder urine deponeren om zijn territorium te bakenen. Hoe grondiger u het schoonmaakt, hoe meer hij zijn best zal doen om opnieuw zijn territorium aan te geven.
3. Voeding
Muizen zijn alleseters. Ze eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel. Speciaal muizenvoer bevat in wezen alles wat ze nodig hebben. Daarnaast vinden ze het erg lekker om af en toe wat aanvulling te hebben, zoals verse groenten of fruit en wat dierlijk eiwit zoals een klein stukje gekookt ei of een insect. Pas op voor zonnebloempitten, want dit bevat veel vet en ook konijnenvoer is niet geschikt. Maar overvoer ze niet, want ze eten maar 10 gram per dag. Hooi moet altijd voldoende aanwezig te zijn. Vezels zijn erg belangrijk voor de spijsvertering. Voor de knaagbehoefte is een knaagsteen of wat wilgentakjes een goede oplossing. Zorg voor voldoende fris drinkwater, bij voorkeur uit een drinkflesje.
4. Verzorging
Houd de kooi goed schoon, vooral wat betreft bedorven groente en fruit. Dit kan gaan schimmelen en allerlei ziektes veroorzaken. Maar bewaar weer een hoopje zaagsel. Gemiddeld is het voldoende om eens per week het hok schoon te maken, maar dat hangt van de hoeveelheid muizen in het hok. Muizen zijn erg schoon op zichzelf en poetsen hun vacht regelmatig. Extra lichaamsverzorging is niet nodig.
Pas goed op met loslaten van de muizen. Ze zijn klein en snel, waardoor ze gemakkelijk overal tussen en in kruipen. Bij het vangen van muizen kan het best een muizenval gebruikt worden, waarbij ze levend gevangen worden.
Was de handen goed na ieder contact met de muis of zijn omgeving.
5. Omgang
Muizen worden vrij snel tam als ze op jonge leeftijd aan het oppakken gewend raken. U kunt een muis oppakken door het dier aan de basis van zijn staart te pakken en het lichaam met de andere hand te ondersteunen. Pak een muis nooit op aan het midden van de staart of aan de staartpunt, want zo kunt u de staart beschadigen.
6. Gedrag
Muizen zijn nachtdieren die in korte periodes rust en activiteit afwisselen. In de schemering en eerste helft van de nacht zijn zij het meest actief. Overdag schuilen zij zich in hun nesten. Tijdens hun activiteit vinden ze vooral klauteren en klimmen het leukst; een creatief en uitdagende ingerichte kooi voorkomt verveling en stress. Verder zijn ze erg ondernemend en nieuwsgierig.
Muizen leven in groepsverband, van oorsprong in familieverband. Muizen kunnen dan ook het beste per twee of in kleine groepen gehouden worden. Vrouwtjesmuizen bij elkaar vormt geen enkel probleem. Ook mannelijke dieren leven vreedzaam samen, zolang er geen vrouwtjes in de buurt zijn. Van een mannetje en een vrouwtje komen onherroepelijk vaak en veel jongen, dus dat is beter van niet.
7. Geslachtsonderscheid
Het verschil tussen beide geslachten is te zien aan de afstand tussen de anus en de geslachtsopening. Deze is bij de mannetjes veel groter dan bij de vrouwtjes. Verder scheiden volwassen mannetjes een geur af die door de meeste mensen als onprettig wordt ervaren. Dat is de reden dat er meer vrouwtjes als huisdier worden gehouden.
8. Voortplanting
Muizen zijn al bij 4 weken oud geslachtsrijp en met 6-10 weken zijn ze instaat jongen te werpen. Beter is om ermee te wachten als ze 4 maanden oud is. Het vrouwtje wordt elke 4 tot 6 dagen bronstig. Na een draagtijd van 19-21 dagen en met een lichaamsgewicht 2x zoveel, worden de jongen geboren. Het zijn nestblijvers en worden dan ook naakt, kaal en hulpeloos geboren. De worp bestaat ongeveer uit 4-12 jongen. De jongen worden 3 weken gezoogd. Na de 3e week kunnen ze apart gezet worden. In ieder geval is het verstandig om de mannetjes van de vrouwtjes te scheiden. Een mannetje is na 5 weken geslachtsrijp. Na de geboorte is de moeder binnen 24 uur weer bronstig. Na ongeveer 1,5 jaar worden ze onvruchtbaar. Mannetjes kunnen langer voor het nageslacht zorgen. In een groep heerst een sterke hiërarchie, waarbij het dominante mannetje en vrouwtje als enige mogen paren bij stresssituaties of te kleine kooi. Als ze dan weer zwanger is, dan zogen de andere vrouwtjes de jongen.
Mannelijke muizen kunnen niet gecastreerd worden.
Rekening houdend met de aard van muizen kunnen de volgende combinaties gemaakt worden:
- twee of meer vrouwtjes
- twee of meer mannetjes
Muizen accepteren elkaar vrij snel. Na een dag tot een paar dagen is de strijd gestreden. Als eenmaal bepaald is hoe de onderlinge verhouding ligt, zullen de dieren elkaar steeds meer opzoeken. Als een van beide overlijdt, kan de ander in een dip raken. Het beste is om een nieuwe partner te zoeken.
9. Gezondheid en ziekte
Belangrijk zijn heldere oogjes, schone glanzende vacht, schone geslachtsdelen en geen korstjes of andere wonden.
| Diarree en verstopping: | DMeestal veroorzaakt door onjuiste voeding. Met name teveel groenvoer kan diarree veroorzaken. Bij diarree dient men zeer snel te handelen, omdat een klein dier snel uitdroogt bij diarree. |
| Bulten en abcessen: | Let vooral op rare bultjes. Sommige doorgefokte muizen hebben abcessen: kankerachtige gezwelletjes die men vooral in de liezen, oksels en tepels vindt. |
| Ademhalingsproblemen: | Wees alert op niesende, snuivende, snurkende, reutelende muizen. Een ernstig benauwde muis heeft vaak uitpuilende ogen. De aandoening wordt meestal veroorzaakt door een virus, maar wordt vaak vergezeld van een bacteriële infectie. Raadpleeg een dierenarts. |
| Parasieten: | Ook muizen kunnen geplaagd worden door vlooien, luizen en mijten. Er ontstaat dan vaak jeuk, korsten en kale plekken. Behandeling is goed mogelijk. |
| Doorgegroeide nagels en tanden: | De nagels en tanden van een muis groeien z’n leven lang door. Zorg in ieder geval dat er een knaagobject aanwezig is. Te lang geworden tanden en nagels moeten geknipt worden. |
| Gedragsstoornissen: | Dit kan voorkomen als het dier alleen of verkeerd is gehuisvest. Zoek bij eenzaamheid een soortgenootje. Gedragsstoornissen kunnen een gevolg zijn van stress, omdat b.v. de kooi op een onrustige plaats staat, te klein is of te licht staat. |
| Verwondingen: | Meestal een gevolg van vechten die meestal weer vanzelf helen. Als het gaat ontsteken, raadpleeg een dierenarts. |